De polonaise? Asjeblieft niet, zeg!

 

Grootvorst Johan Pijnenburg neemt na 42 jaar afscheid van Muggezifters

Grootvorst Johan

 

Na tweeënveertig jaar is voor Grootvorst Johan Pijnenburg het moment gekomen om zich terug te trekken uit de actieve carnavalsdienst. De titel behoudt hij; die is hem voor het leven gegeven. Hij kijkt met veel plezier terug op zijn tijd als Grootvorst en graag haalt hij herinneringen op. Tevens legt hij het publiek, dat zo lang carnaval gevierd heeft onder zijn leiding, uit waarom hij zich genoodzaakt voelt te stoppen.

Erefunctie
Jarenlang heeft Grootvorst Johan Pijnenburg zich met hart en ziel ingezet voor carnaval in Bladel. Als medeoprichter van de Muggezifters werd hem de titel Vorst toebedeeld. Johan: “Frans Moors met wie ik samen de Muggezifters opstartte kwam uit Venlo en net als in Bladel is daar het carnaval op de Rijnlandse leest geschoeid. Frans vertelde dat in Venlo het carnaval pas startte als de (Groot)Vorst op het bordes was verschenen. Zo ver is het bij ons nooit gekomen, wellicht door gebrek aan een bordes maar goed. De functieomschrijving sprak me wel aan. Na elf jaar werd de titel Vorst opgewaardeerd tot Grootvorst. De Grootvorst is de schakel tussen de Prins met adjudant en het bestuur met de leden. Eigenlijk gebeurt er niets zonder dat de Grootvorst ervan afweet en zijn goedkeuring heeft verleend. Alles in overleg, natuurlijk. Het is geen dictatuur.”

Het balletje blijft rollen
Door de jaren heen merkte Johan dat zijn lichamelijk beperking hem steeds meer in de weg kwam te zitten, waardoor hij niet langer in staat bleek om zijn functie als Vorst naar behoren uit te voeren. “Overmacht, eigenlijk”, verzucht Johan, om met een lach verder te gaan, “Ik kan het letterlijk niet meer bijbenen. En daarom is het tijd om het stokje door te geven. Met pijn in het hart, laat dat volstrekt duidelijk zijn. De Muggen zijn fijne mensen met een fijn clubke, die laat ik node in de steek maar wat niet meer gaat, gaat niet meer.” Inmiddels zijn de Muggen druk op zoek naar een opvolger maar dat blijkt een lastige klus. Johan: “De volgende Vorst zal het op zijn eigen manier moeten gaan doen. En dat zal voor de leden en het carnavalspubliek even wennen zijn maar het gaat goed komen. Het is hetzelfde als wanneer bij het voetballen Cruyff stopt. Mensen denken dat het voetbal nooit meer hetzelfde zal zijn. Maar wat blijkt? Het balletje rolt nog steeds. Zo zal het ook bij de Muggen gaan. Niet dat ik de pretentie heb mezelf met zo’n grote ster te vergelijken, hoor. Ik ben slechts een heel klein onderdeel van het grote geheel der Muggezifters.”

Dieptepunt
Hoogtepunten zijn er vele; dieptepunten maar één. Johan: “Een gitzwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Muggezifters is de dood van Prins Sjefke d’n Bloazer in 1996. Veel te jong uit het leven gerukt; oud-buurjongen, goede vriend en prachtig mens. Dat heeft mij – en de hele vereniging – diep geraakt. Voor ’t eerst was ik niet in staat te spreken in het openbaar, hoewel me dat wel gevraagd was en het misschien ook wel mijn taak of plicht was. Ik was daar zo kapot van. Er zijn meer leden in de loop der jaren overleden en dat doet zeer maar dit was zo keihard, dat kon ik niet bevatten.” Johan schudt het hoofd om de herinnering even naar achter te duwen en wil dan over de vele hoogtepunten praten.

Carnavaleske raadszitting
“Het mooiste dat we bereikt hebben is de carnavaleske raadszitting. Op ludieke wijze de gemeenteraad parodiëren. Nooit kwetsend en altijd met een enorme dosis humor. Daar ben ik met recht trots op; dat wij met een fijn groepje mensen dat elk jaar weer voor elkaar kregen.” Hij lacht bij de herinnering aan de keer dat oud-burgemeester Breevelt besloot de Sniederslaan om te dopen in de Grootvorst Johan Allee. “Binnen het uur was het bordje gestolen, het is eerlijk waar. Pas een jaar later kwam het op ‘miraculeuze’ wijze weer tevoorschijn en sindsdien hangt het bij mij thuis op de plaats.”

Hekel aan de polonaise
Nog een hoogtepunt is de jaarlijkse middag voor het Zorgenkind. “Die middag is uiterst vermoeiend maar zo dankbaar. Alle aanwezigen krijgen een medaille van de Prins en worden om de beurt naar voren geroepen. Daar zijn ze zo content mee, dat is prachtig om te zien. Dat gevoel is zo puur, daar kan niks tegenop.” De zittingsavonden werden maar liefst achtentwintig jaar lang gepresenteerd door Johan. “En elke keer moet je positief zijn zonder in overdrijving te vervallen. Het vergde veel voorbereiding omdat ik van elke optredende artiest iets wilde weten. Elke artiest is even belangrijk ongeacht of de act in de smaak valt of niet.” Er zijn vele facetten van carnaval die de Grootvorst prachtig vindt maar met het carnaval zelf heeft hij eigenlijk niets. “Is dat niet raar, eigenlijk? Ik vind die balavonden helemaal niks”, grinnikt Johan, “Ik kan niet hossen, misschien ligt het daaraan. Midden in het feestgedruis heb je mij niet vaak aangetroffen. Polonaise? Asjeblieft, zeg! Laat mij maar aan de kant zitten, genieten van een borreltje en goeie buurt.”

Discipline, respect en normen/waarden
Carnaval is in de loop der jaren aan vele veranderingen onderhevig geweest. “En dat is goed”, vindt Johan, “Zo’n club moet met de tijd mee. Maar aan de randvoorwaarden mag nooit getornd worden, mijns inziens en dat zijn: discipline, respect en normen en waarden. Vergeet nooit dat je gastheer bent en ervoor moet zorgen dat vooral ánderen het naar hun zin hebben. Je hoeft jezelf daarbij niet compleet weg te cijferen maar het is net als op een verjaardag: jij zorgt voor je gasten.” Eén ding mist Johan bij de carnavalsviering en dat zou hij graag gerealiseerd zien. “Dat er een vaste Bloaskapel is die de Muggen bij alles begeleidt. Voor mijn gevoel hoort het er bij en ik vind het oprecht jammer dat we dat niet hebben.” Johan sluit af met de melding dat hij een rotsvast vertrouwen heeft in de opvolger die benoemd zal gaan worden: “Het is en blijft een fijn clubke, mijn tijd bij deze vereniging zit er nu op maar het betekent zeker niet het einde van de club.”
Met alle respect betekent het wel het einde van een tijdperk: het tijdperk ‘Grootvorst Johan Pijnenburg’. Hij zal door velen gemist worden tijdens de carnavalsperiode.

Bron: PC55 door Renate Pijnenburg

Reacties zijn gesloten.